Geschiedenis: 'een discussie zonder einde'

(Historicus P. Geyl, 1887-1966)

Lemma Kim

Geschiedenis, een discussie zonder einde. Een discussie die tot de volgende vraag leidt: Is geschiedenisles geven wel zo waardevol, als het materiaal daarvoor alleen maar leidt tot het vormen van beelden van het verleden? Oftewel, geschiedenis bestaat eigenlijk alleen maar uit sporen van het verleden, en door middel van die sporen kunnen wij in het heden ons daar een beeld van vormen. Maar dit wil niet zeggen dat de beelden van het verleden ook de daadwerkelijke werkelijkheid zijn van het verleden, het zijn immers maar gevormde beelden(Kooij, 2006). De volgende gedachtegang is: Is dit ook de reden waarom kinderen minder snel voor geschiedenisonderwerpen kiezen, als ze de keuze zouden hebben?

" Geschiedenis, geen   daadwerkelijke
  werkelijkheid?
"

Het blijkt namelijk dat kinderen op basisschool leeftijd (van 4 tot 10,11 jaar) weinig of geen interesse hebben in geschiedenis. Komt dit doordat hun historisch besef nog niet is ontwikkeld, of doordat geschiedenis niet op daadwerkelijke waarheden is gebaseerd en men dit dus niet interessant vindt? Als je logisch redeneert, kom je voor de leeftijd 4 tot en met 11 jaar uit
op de eerste mogelijkheid. In deze leeftijd is namelijk alleen de volgorde van de gebeurtenissen van de dag bekend (Voorbij, 2002). Dit groeit uiteindelijk uit tot het herkennen van ochtend en middag en soms zelfs enkele hele uren. Het tijdsbesef is nog niet dusdanig groot dat er ook daadwerkelijk naar het verleden gekeken kan worden. Of zoals Roth (1990) spreekt van: ‘das naive Zeiterleben’, oftewel,de tijdsbegrippen worden wel gebruikt, maar worden nog niet daadwerkelijk beseft.

Zo blijkt dus dat het ontbreken van waardering voor geschiedenis of zelfs geschiedenislessen op deze leeftijd niet eens zozeer te maken heeft met waarheden of geen waarheden maar meer met de lage ontwikkeling van tijdsbesef. Je kunt kinderen van een jaar of 4 geen kennis laten maken met geschiedenis omdat zij nog onvoldoende tijdsbesef hebben. Naarmate ze ouder worden, verandert dit uiteraard. Vanaf een jaar of 12 (dus eigenlijk geen basisschool leeftijd meer) is het tijdsbesef, maar ook het historisch tijdsbesef, voldoende ontwikkeld om de gecreëerde beelden van het verleden te kunnen waarnemen maar ook te kunnen begrijpen en om te zetten naar hun eigen beelden van het verleden.

Het antwoord is...
De vraag is natuurlijk of het dan wel zin heeft om geschiedenislessen te geven op een bassisschool? Als er tijdens de basisschoolleeftijd niet voldoende historisch besef is om daadwerkelijk kinderen kennis te laten maken met geschiedenis heeft het dan wel zin om deze lessen te geven? Het antwoord is: Ja! Het mag dan namelijk zo zijn dat bij kinderen het volledige historische besef pas vanaf een jaar of 12 aanwezig is, maar dat wil niet zeggen dat kinderen ook niet eerder al bezig kunnen zijn met het verleden. Vanaf een jaar of 9 beseffen kinderen wanneer ze jarig zijn, hoe oud hun ouders zijn etc. Ze blijken dus onderscheid te kunnen maken in data’s en jaartallen. Door deze ontwikkeling kunnen ze ook gebeurtenissen uit het verleden (bijv. WOII) gaan plaatsen. Volgens Roth (1990) spreekt men hier van Zeitverständnis. Dit houdt in dat kinderen steeds beter in staat zijn om gebeurtenissen in heden, verleden en toekomst te plaatsen.

Het ontbreken van waardering voor geschiedenis hoeft dus niet zozeer de oorzaak te zijn van het niet snel kiezen voor een geschiedenisonderwerp. Zoals hierboven al beschreven komt dit ogenschijnlijk door eigen ontwikkeling van tijdsbesef.

Het wil dus niet zeggen dat je iets niet leuk vindt, als je er niet voor kiest!


 Literatuurlijst

Feldman, R.S. (2009) Ontwikkelingspsychologie (4e  editie). Benelux: Pearson Education
Kohnstamm, R. (2002) Kleine ontwikkelingspsychologie: de schoolleeftijd (3e druk). Houten:
Bohn Stafleu van Loghum.
Kooij, C. van der (2006) Verleden, heden, toekomst: didactiekboek.(5de druk)
Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff BV.
Voorbij, J. (1994) Zicht op geschiedenis: praktijkboek voor de historische vorming op de
bassischool
. (1e druk, 4de oplage). Baarn: Bekadidact.

   
Inloggen