Door: Lysanne Thien
Ede - Het is al jaren de vraag of belonen en straffen iets toevoegt aan de ontwikkeling van basisschoolleerlingen. In de literatuur bestaan hierover verschillende theorieën. Het behavioristisch perspectief speelt hierin een belangrijke rol.
Behaviorisme
Het behavioristisch perspectief stelt dat mensen gevormd worden wat hen wordt aangeleerd en wat er om hen heen gebeurt. Het behaviorisme is verdeelbaar in verschillende categorieën. Als we naar de invloed van bekrachtigers (straffen en belonen) kijken, vinden we deze terug in operante conditionering. Het operante conditioneren houdt in dat een bepaalde handeling een bekrachtiger krijgt. De uitkomst:een positieve handeling wordt beloond en herhaald. Daarentegen wordt negatief gedrag gestraft en blijft achterwege.
Bekrachtiging in zijn werk
Psycholoog B.F. Skinner (1975) deed onderzoek naar het bekrachtigen in de praktijk Hierbij werden ratten consequent met voedsel beloond bij een gewenste handeling. Na enige tijd gingen de ratten deze handeling herhalen in de veronderstelling voedsel te krijgen. De ratten associeerden daarmee de beloning met de handeling.
Bekrachtiging bij basisschoolleerlingen
In de klas gebruiken leerkrachten ook bekrachtigers, maar hebben deze bekrachtigers ook hetzelfde effect als bij de ratten van Skinner?
Volgens L. Driesen(2007), klinisch kinder- en jeugd- en gedragspsycholoog, is de theorie van Skinner effectief. In zijn boek: ‘Hoe minder straffen?’ stelt hij: “Kinderen hebben een vijftal emotionele behoeften, zoals: behoefte aan structuur, zelfstandigheid, liefde en aandacht, veiligheid en geborgenheid en waardering”.
Hij stelt dat het effect van de bekrachtiger optimaal is wanneer ouders en leerkrachten gebruik maken van deze vijftalbehoeften.
De psycholoog G.R. Patterson (1995) is van mening dat gedrag aangeleerd is. Hij specialiseerde zich in het ongewenste gedrag van kinderen. Een kind zal bij het krijgen van een bekrachtiging een volgende keer het gedrag herhalen. Dit kan zowel positief als negatief zijn. Ouders spelen hierin een belangrijke rol volgens Patterson. Als een kind bijvoorbeeld vraagt om een spelletje te spelen en de leerkracht zegt: “Nee”, dan kan een kind door blijven zeuren. Het kind kan daarin zo ver gaan, dat de leerkracht uiteindelijk zegt: “ Nou vooruit, ga maar een spelletje doen.” Dan heeft de leerkracht het gedrag van het kind onbewust bekrachtigd, want door het doorzetten van zeuren heeft het kind zijn zin gekregen. Door dit succes is de kans groot dat het kind een volgende keer dit gedrag zal herhalen, omdat de kans van slagen groot is.
Kinderen hebben waardering of straf nodig om bepaald gedrag te herhalen of te minderen. Dit blijkt uit het onderzoek dat ik heb uitgevoerd bij leerlingen uit groep 7 ( Zie bijlage). Dit duidt erop dat de theorieën die ontstaan zijn uit het behavioristisch perspectief daadwerkelijk
zijn vruchten afwerpt.
Bijlage
Stel de juf heeft gezegd dat jullie harder moeten gaan werken.
Wanneer zou jij dat gaat doen?
Als je een beloning krijgt of om een straf te ontlopen.