Populair kind hoeft minder vaak te lachen

Yvette Kloek

 

BENSCHOP – Populaire kinderen blijven minder    vaak zitten, hebben een betere werkhouding en hebben meer sociale vaardigheden dan hun minder populaire klasgenootjes.

Dit blijkt uit onderzoek naar invloed van verschillende aspecten van ontwikkeling op de populariteit van kinderen.

Wat maakt populair?
Sociologe Miranda Lubbers (2004) schetste in haar promotieonderzoek populaire kinderen als volgt:
Zowel jongens als meisjes geven aan dat populaire kinderen er leuk uitzien en lef hebben. Meisjes zeggen het vooral belangrijk te vinden om sociaal te zijn en te zeggen wat je denkt. Jongens daarentegen denken dat slim zijn en uitblinken op sportief gebied iemand populair maakt in de klas. (r.15)
Hieruit blijkt dus dat kinderen vooral denken dat sportiviteit, uiterlijk, sociaal gedrag en leerresultaten invloed hebben op je sociometrische status.

Leerresultaten en werkhouding
Volgens Miranda Lubbers voelen populaire kinderen zich meer verbonden met de klas, waardoor de motivatie om te leren beter is. Dit zorgt ervoor dat kinderen beter presteren en dus minder snel blijven zitten.
Ook de werkhouding van populaire kinderen zou beter zijn dan die van hun minder populaire klasgenootjes. Op vier aspecten van werkhouding scoorden ze beter, namelijk op: concentratie, presentatie, resultaat en taak. Dit bleek uit gepubliceerd onderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift voor orthopedagogiek.

Sociale vaardigheden
Ook op sociaal gebied blijken populaire en verstoten kinderen niet op één lijn te zitten.“Zo hebben kinderen met veel vriendjes tijdens het spelen meer macht en sociale vaardigheden.” Dit concludeert Henderien Steenbeek in haar promotieonderzoek aan de Universiteit van Groningen. Sociale vaardigheden zijn belangrijk voor de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling, bij kinderen die meer moeite hebben met de interactie met leeftijdsgenootjes (dus niet-populaire kinderen) ontwikkelt zich dit dus minder goed.

Bovendien blijkt dat populaire kinderen minder de nijging hebben andere leerlingen na te doen. Dit
komt volgens Steenbeek doordat zij zich minder op andere kinderen richten omdat ze meer “macht” hebben.
Ook blijken de populaire kinderen in een klas minder te lachen en te glimlachen.”Maar doen ze dit wél, dan levert dat bij hun spelpartner meer positieve gezichtsuitdrukkingen op. De kwaliteit van de interactie tijdens het spel wordt dan dus wel hoger.” Aldus Steenbeek aan de hand van een simulatiemodel van interactie.
Een populair kind hoeft dus eigenlijk minder te lachen om vriendjes te maken dan een minder populair kind, en dus eigenlijk minder moeite te doen om sociale contacten te onderhouden.

Rages en sportiviteit
Verder bleek er uit onderzoek aan de Marnix Academie in Utrecht geen positief verband te zijn tussen de sociometrische verdeling in een klas en het hebben van de leukste speeltjes van het moment. Het onderzoek werd gedaan in een basisschoolklas met 30 leerlingen waar de plastic poppetjes genaamd gogo’s niet weg te slaan zijn. Een lijst met het aantal gogo’s van elke leerling en een sociogram van de klas werden naast elkaar gelegd en kritisch vergeleken… maar geen enkel verband werd gevonden. “Zelfs een leerling met ‘maar’ 2 gogo’s bij een gemiddelde uit de klas van 26, bleek populair. En een leerling met 80 gogo’s werd door veel kinderen niet aardig gevonden.” Aldus Yvette Kloek, studente aan de Marnix Academie.
Ook onderzocht zij de invloed van fysieke competentie op de sociometrische verdeling in een klas.Tijdens een gymles bepaalde zij aan de hand van een spel welke leerlingen fysiek wel of niet goed presteren. Deze namen werden weer naast het sociogram van de klas gelegd en ook hier bleek geen positief verband te zijn. “Vreemd”, verklaart Kloek, “wat maakt dan wel populair in deze klas?”


 

 
   
Inloggen