Dit atelier staat het domein van de zogenaamde zaakvakken, namelijk de Orientatie op Jezelf en de Wereld centraal, waarbij we ons specifiek concentreren op een van deze zaakvakken, te weten geschiedenis. Jullie zullen je dit R&D-programma in algemene zin bezig gaan houden met de bestudering van de volgende twee hoofdvragen: ‘Wat moet er onderwezen worden?’ en ‘Hoe moet er onderwezen worden?’
Voor geschiedenis betekent dit dat jullie je intensief bezig zullen gaan houden met het onderzoek naar de vraag wat de historische sensatie precies inhoudt. Deze term is in de jaren twintig van de vorige eeuw door de Nederlandse historicus Huizinga geïntroduceerd en houdt kortweg het gevoel in dat historici in direct contact met het verleden kunnen ervaren. Je kent het wellicht wel – op vakantie, bij de rondleiding, het gevoel krijgen in onmiddellijk contact met de geschiedenis te staan. De vraag is echter hoe deze sensatie vorm en inhoud in het onderwijs kan worden gegeven. De tendens is leerlingen vol te stoppen met historische feiten en data – de vraag is echter of dat niet ten koste gaat van de beleving, van het plezier dat leerlingen in het vak hebben. Wellicht leren kinderen, in navolging van Huizinga, intenser in het directe contact met het verleden, waarbij alle zintuigen worden geprikkeld. Wellicht kan, net als bij historici, ook bij leerlingen deze vonk tussen het verleden en het heden ook overslaan. Met andere woorden, kan er in het onderwijs ook zorg worden gedragen voor een dergelijke historische sensatie bij leerlingen?
Naast stellingname in bovenstaand onderzoek, zal er dit atelier volop aandacht worden besteed aan het ontwerpen van mooi en bovenal goed onderbouwd onderwijs. Om dit mogelijk te maken sluiten we aan bij een lopend onderzoek aan de Erasmus Universiteit, waar de beginsituatie van leerlingen met betrekking tot cultureel erfgoed middels interviews met kinderen in kaart wordt gebracht.
Heel concreet houdt dit in dat jullie dit atelier leerlingen gericht ondervragen over hun voorkennis met betrekking tot bijvoorbeeld het christendom. Hierbij wordt specifiek ingezoomd op erfgoed dat aan dit thema kan worden gerelateerd, zoals de kerk, de moskee of het museum. Leerlingen vertellen over hun ervaringen, delen hun kennis en worden uitgedaagd hier dieper over na te denken.
Met de verkregen informatie in het achterhoofd, ontwerpen jullie mooi onderwijs rondom een cultureel erfgoed. Het lijkt me meer dan leuk om hierbij een excursie te organiseren en er met de leerlingen daadwerkelijk op uit te gaan. Na het onderwijs te hebben verzorgd, interviewen jullie de leerlingen opnieuw. Wat waren de effecten van de excursie op hun beleving van cultureel erfgoed. En was hierbij wellicht sprake van een heuse historische sensatie?