Het leuke van een lerarenopleiding basisonderwijs is dat je leert om te werken met dat wat je zelf lange tijd bent geweest: het kind. Eigenlijk zouden we dus allemaal kind-experts moeten zijn. Maar is dat zo? In ‘Kijken naar Kinderen ' starten we vanuit jezelf als kind om vervolgens eerst de focus te verleggen naar meer algemene vragen over kinderen en daarna naar kinderen uit je eigen basisschool. Het zal lang niet altijd meevallen om antwoorden te krijgen op vragen over kinderen, maar juist met deze (zoek)vaardigheden ga je aan de slag.
Vragen kunnen bijvoorbeeld zijn: ‘Waarom komt verstoppertje spelen in alle culturen voor?', ‘Hoeveel leert een kind tijdens een grote vakantie?', ‘Zijn kinderen van nu brutaler dan vroeger?' of ‘Waarom willen veel meisjes van 10 jaar oud dolfijnenverzorgster worden?'.
Je wordt gevoed door inbreng en uitwisselingen van ervaringen uit je praktijkschool, eigen autobiografische ervaringen, door hoorcolleges, interactiecolleges, groepsopdrachten, literatuur en eigen initiatieven.
Je doet kennis op over ontwikkelingspsychologie, waarbij de ontwikkeling van het kind tussen 4 en 12 jaar oud centraal staat. Je voert een klein onderzoek uit om antwoord te krijgen op de vraag die jij interessant vindt. Bij het opzetten van dit onderzoek werk je volgens vaste richtlijnen en maak je gebruik van een heldere handleiding. Het onderzoek wordt uitgevoerd bij kinderen in de (eigen) onderwijspraktijk. Hierbij wordt gebruik gemaakt van methodes als interviews en observaties.
Opbouw
'Kijken naar Kinderen' heeft een duidelijke opbouw:
Docenten en studenten stellen zich vragen over kinderen, ondernemen zoektochten naar antwoorden, vooral door literatuuronderzoek, dragen bij aan een publieke verzameling lemma's (trefwoorden en korte beschrijvingen) over kinderen op de website van de academische lerarenopleiding.
Studenten maken een portret van twee kinderen in de eigen stageklas, op basis van een onderzoeksplan. Aan deze twee producties is een belangrijk deel van de toetsing opgehangen: je moet voldoen aan de (gedeeltelijk samen geformuleerde) eisen die aan deze producties worden gesteld.
Het programma eindigt in de toetsweek met een redactievergadering van alle deelnemers: we zijn gevraagd een artikel te schrijven over ons werk, en moeten beslissen hoe we de verkregen kennis goed doorgeven. In de toetsweek wordt ook een korte kennistoets afgenomen over de ontwikkelingspsychologische literatuur die bij de research & designatelier hoort.
Ervaring van studenten
Klik hier voor een artikel dat studenten, tijdens een redactievergadering, over het deelnemen aan het R&D programma schreven.