Ik was 18 jaar, en had een diploma van het vwo (exact profiel) in mijn zak. Na wikken en wegen besloot ik geen universitaire studie te doen, maar naar de pabo te gaan. De academische pabo bestond toen nog niet, anders had ik me er zeker voor ingeschreven!
Via wat omzwervingen kom ik uiteindelijk toch bij de academische pabo terecht. Niet als student, maar als docent en als onderzoeker. Ik ben voor de academische pabo van de Marnix Academie als reken-/wiskundedocent verantwoordelijk voor het Research &Designprogramma “Reken-/wiskundeonderwijs, wat werkt?”. Daarnaast doe ik landelijk onderzoek naar het leren van studenten aan academische pabo’s.
Binnen het R&D “Reken-/wiskundeonderwijs, wat werkt?” is er een rekenatelier in het eerste jaar, en een taal- en rekenatelier in het tweede jaar. “Wat moet er onderwezen worden?” en “Hoe moet er onderwezen worden?” zijn de leidende vragen in de ateliers.
‘Teachers need to walk the edge between structure of mathematics and child development, between the community and the individual. They need to be willing to live on the edge. There is no one path, no one line, no one map for the journey. ‘
(Twomey Fosnot& Dolk, 2002, p. 159)
Het blijft zaak je iedere keer weer af te vragen hoe je je rekenonderwijs zo inricht dat je de kinderen maximaal uitdaagt te leren. Wat er onderwezen moet worden en hoe er onderwezen moet worden kent, afhankelijk van de situatie en de tijd, steeds weer een ander antwoord.
Twomey Fosnot, C., Dolk, M. (2002). Young mathematicians at work, Constructing Fractions, Decimals, and Percents. USA, Portmouth: Heinemann.