Workshop Tiny la Roy

 (2010-03-24)

We verzamelden in het computerlokaal voor een workschop van Tiny la Roi. Zij verwerkt voor de Stichting Lezen de gegevens uit het onderzoek waaraan wij hebben meegewerkt. Zij heeft de door ons verzamelde gegevens verwerkt en geeft ons inzicht in de eerste opbrengsten en de problemen. Voor mij, als docent, betekent dit dat de nietszeggende getallen die we aangeleverd hebben, wat meer gaan leven én het wordt me nog duidelijker dat het heel precies verwerken enorm belangrijk is: voor je het weet heeft een kleine misrekening gevolgen voor de betrouwbaarheid van de cijfers.

 Enkele gegevens (vrij willekeurig) en wetenswaardigheden:

  • We hebben tot nu toe 374 leerlingen ondervraagd waarvan de lijsten gebruikt zijn (in werkelijkheid waren het er veel meer, maar we hebben streng geselecteerd op fouten en foutjes in de vragenlijsten).
  • Het boek dat het meest genoemd wordt door de leerlingen is Dolfje Weerwolfje van Paul van Loon. De Donald Duck staat op de tweede plaats en de Hoe overleef ik-serie op de derde.
  • De context waarin de vragen gesteld zijn is belangrijk. Wij ondervroegen de leerlingen vlak voor Sinterklaas. Dat verklaart waarom in sommige groepen boeken over Sinterklaas veel genoemd zijn.
  • De vage begrippen als veel en weinig die op de vragenlijst gebruikt worden (wij vinden ze althans vaag en kinderen blijken ze ook wel lastig te vinden) hebben tot doel om inzicht te krijgen in de houding van kinderen ten opzichte van lezen. Ze zijn niet bedoeld om objectief vast te stellen hoeveel boeken kinderen lezen (als een kind zelf vindt dat het veel leest, dan zegt dat iets over zijn attitude). Dat is verhelderend.
  • Er zijn inderdaad verschillen tussen jongens en meisjes als het gaat om leesgedrag. Ook in onze onderzoeksgroep (uit een selecte steekproef) lezen meisjes meer en met meer plezier.
In haar verhaal verweeft Tiny allerlei statistische wetenswaardigheden en kennis. Sommigen van ons herinneren zich daardoor hun eigen kennis over statistiek weer, voor anderen is dit nieuw. Daarmee is deze workshop een mooie prelude op de masterclasses over statistiek en gegevensverwerking die de komende periode nog zullen volgen.
 
Martin Hunziker

 

Themaweek kunstzinnige oriëntatie

(2009-11-15)

stage_groep_7_2009_025_512Week 46 stond voor de studenten van de Academische Lerarenopleiding in het teken van kunstzinnige oriëntatie. Na drie dagen te zijn overspoeld met didactieken, tactieken en vaardigheden in vakken als muziek, beeldende vorming en drama was het op donderdag de beurt aan de studenten om in groepjes een kunstzinnige activiteit te bedenken en deze uit te voeren op een basisschool.Van zelfgeknutselde schoenen tot toneelstukjes op echte filmmuziek en van zelfgemaakte kleimaskers tot dramalessen waarin emoties centraal stonden, er was vanalles bedacht en georganiseerd.Op vrijdag volgde de afronding waarbij alle groepjes, met veel beeldmateriaal, een presentatie deden over hun activiteit. Het was een geslaagde week!   

Duel tussen docenten over meervoudige intelligentie

(2009-10-28)

Op 27 oktober j.l. duelleerden twee opleidingsdocenten van de Marnix Academie over de vraag of meervoudige intelligentie een zinvol concept is. 

 herald  ben

 

Herald Hofmeijer hield een gepassioneerd en goed onderbouwd betoog waarin hij de waarde van het onderscheiden van maar liefst acht verschillende soorten intelligentie verdedigde. Ben Hamerling toonde even gloedvol aan dat de wetenschappelijke onderbouwing van meervoudige intelligentie ontbreekt en dat er tal van alternatieven zijn om rekening te houden met verschillen tussen kinderen. De studenten van de academische lerarenopleiding gingen daarna met beide docenten in debat.   

 

Wetenschappers en journalisten over reken-wiskundeonderwijs

(2009-10-09)

"Gaan we terug naar de harde cijfers van de ouderwetse staartdeling, of blijven we realistisch schatten?" Op maandag 19 oktober gaat het in het KennisCafé "De Balie" over rekenonderwijs.Martijn van Calmthout gaat onder andere in gesprek met dr. Kees Buijs,leerplanontwikkelaar en onderzoeker van reken-wiskundeonderwijs werkzaam bij SLO:het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling te Enschede. Verder zullen er gasten zijn vanuit de realistische visie als vanuit de meer klassieke methode. Het KennisCafé is een initiatief van de Volkskrant, De Balie, KNAW en science centerNEMO. Elke derde maandag van de maand bespreken wetenschappers en journalisten live een actueel onderwerp. Toegang is gratis, maar er moet wel een kaartje worden gereserveerd. Het KennisCafé kun je ook via de live stream bekijken, zie www.debalie.nl/live. Zie voormeer informatie over het KennisCafé op 19 oktober over reken-wiskundeonderwijs http://www.debalie.nl/artikel.jsp?podiumid=politiek&articleid=325447.

 

Gastcolleges Sjef Teuns

sjefteuns1(2009-10-08)

De strijdbare kinderpsychiater Sjef Teuns bezocht de academische lerarenopleiding en verzorgde twee gastcolleges. Sjef Teuns behandelde de ontwikkeling van het kind vanaf de conceptie tot het vierde jaar.    Aanleiding voor het bezoek van Sjef Teuns is het verschijnen van zijn autobiografie met de titel 'Van wie zijn de kinderen?'  Spruit, I. (2009). Van wie zijn de kinderen? Valkhof Pers, Nijmegen.   

 

 

 

 

 

Enkele gegevens (vrij willekeurig) en wetenswaardigheden:
  • We hebben tot nu toe 374 leerlingen ondervraagd waarvan de lijsten gebruikt zijn (in werkelijkheid waren het er veel meer, maar we hebben streng geselecteerd op fouten en foutjes in de vragenlijsten).
  • Het boek dat het meest genoemd wordt door de leerlingen is Dolfje Weerwolfje van Paul van Loon. De Donald Duck staat op de tweede plaats en de Hoe overleef ik-serie op de derde.
  • De context waarin de vragen gesteld zijn is belangrijk. Wij ondervroegen de leerlingen vlak voor Sinterklaas. Dat verklaart waarom in sommige groepen boeken over Sinterklaas veel genoemd zijn.
  • De vage begrippen als veel en weinig die op de vragenlijst gebruikt worden (wij vinden ze althans vaag en kinderen blijken ze ook wel lastig te vinden) hebben tot doel om inzicht te krijgen in de houding van kinderen ten opzichte van lezen. Ze zijn niet bedoeld om objectief vast te stellen hoeveel boeken kinderen lezen (als een kind zelf vindt dat het veel leest, dan zegt dat iets over zijn attitude). Dat is verhelderend.
  • Er zijn inderdaad verschillen tussen jongens en meisjes als het gaat om leesgedrag. Ook in onze onderzoeksgroep (uit een selecte steekproef) lezen meisjes meer en met meer plezier.
In haar verhaal verweeft Tiny allerlei statistische wetenswaardigheden en kennis. Sommigen van ons herinneren zich daardoor hun eigen kennis over statistiek weer, voor anderen is dit nieuw. Daarmee is deze workshop een mooie prelude op de masterclasses over statistiek en gegevensverwerking die de komende periode nog zullen volgen.

 

  • We hebben tot nu toe 374 leerlingen ondervraagd waarvan de lijsten gebruikt zijn (in werkelijkheid waren het er veel meer, maar we hebben streng geselecteerd op fouten en foutjes in de vragenlijsten).
  • Het boek dat het meest genoemd wordt door de leerlingen is Dolfje Weerwolfje van Paul van Loon. De Donald Duck staat op de tweede plaats en de Hoe overleef ik-serie op de derde.
  • De context waarin de vragen gesteld zijn is belangrijk. Wij ondervroegen de leerlingen vlak voor Sinterklaas. Dat verklaart waarom in sommige groepen boeken over Sinterklaas veel genoemd zijn.
  • De vage begrippen als veel en weinig die op de vragenlijst gebruikt worden (wij vinden ze althans vaag en kinderen blijken ze ook wel lastig te vinden) hebben tot doel om inzicht te krijgen in de houding van kinderen ten opzichte van lezen. Ze zijn niet bedoeld om objectief vast te stellen hoeveel boeken kinderen lezen (als een kind zelf vindt dat het veel leest, dan zegt dat iets over zijn attitude). Dat is verhelderend.
  • Er zijn inderdaad verschillen tussen jongens en meisjes als het gaat om leesgedrag. Ook in onze onderzoeksgroep (uit een selecte steekproef) lezen meisjes meer en met meer plezier.
In haar verhaal verweeft Tiny allerlei statistische wetenswaardigheden en kennis. Sommigen van ons herinneren zich daardoor hun eigen kennis over statistiek weer, voor anderen is dit nieuw. Daarmee is deze workshop een mooie prelude op de masterclasses over statistiek en gegevensverwerking die de komende periode nog zullen volgen.

 

 

  • We hebben tot nu toe 374 leerlingen ondervraagd waarvan de lijsten gebruikt zijn (in werkelijkheid waren het er veel meer, maar we hebben streng geselecteerd op fouten en foutjes in de vragenlijsten).
  • Het boek dat het meest genoemd wordt door de leerlingen is Dolfje Weerwolfje van Paul van Loon. De Donald Duck staat op de tweede plaats en de Hoe overleef ik-serie op de derde.
  • De context waarin de vragen gesteld zijn is belangrijk. Wij ondervroegen de leerlingen vlak voor Sinterklaas. Dat verklaart waarom in sommige groepen boeken over Sinterklaas veel genoemd zijn.
  • De vage begrippen als veel en weinig die op de vragenlijst gebruikt worden (wij vinden ze althans vaag en kinderen blijken ze ook wel lastig te vinden) hebben tot doel om inzicht te krijgen in de houding van kinderen ten opzichte van lezen. Ze zijn niet bedoeld om objectief vast te stellen hoeveel boeken kinderen lezen (als een kind zelf vindt dat het veel leest, dan zegt dat iets over zijn attitude). Dat is verhelderend.
  • Er zijn inderdaad verschillen tussen jongens en meisjes als het gaat om leesgedrag. Ook in onze onderzoeksgroep (uit een selecte steekproef) lezen meisjes meer en met meer plezier.
In haar verhaal verweeft Tiny allerlei statistische wetenswaardigheden en kennis. Sommigen van ons herinneren zich daardoor hun eigen kennis over statistiek weer, voor anderen is dit nieuw. Daarmee is deze workshop een mooie prelude op de masterclasses over statistiek en gegevensverwerking die de komende periode nog zullen volgen.

 

   
Inloggen